AANPAK

In het geïntegreerd planproces K-R8 ‘Verbeteren van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost en de leefbaarheid van de omgeving’ worden mobiliteit, infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd aangepakt en op elkaar afgestemd met aandacht voor de leefbaarheid. 

Een geïntegreerde visie moet de basis vormen voor het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP). Deze visie omvat volgende onderdelen:
•    Het verhogen van de leefbaarheid als overkoepelende doelstelling 
•    Het optimaliseren van de complexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost in relatie tot het functioneren van de R8 als geheel en de E17
•    Het bepalen van de draagkracht en capaciteitsgrens van de infrastructuur 
•    Het inzetten op alternatieve vervoersmodi (modal shift) 
•    Het evalueren en mogelijks (deels) heroriënteren en/of beperken van de (stedelijke) ontwikkelingen en ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in de omgeving van de verkeerscomplexen 

Leefbaarheid
In het geïntegreerd planproces K-R8 vormt het verhogen van de leefbaarheid van de omgeving van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost de centrale en overkoepelende doelstelling. De startnota van dit planproces beoogt het beperken van de verkeerskundige impact op het omliggende bebouwde weefsel en het verhogen van de omgevingskwaliteit en een duurzaam ruimtegebruik bij bestaande en nieuwe ruimtelijke  ontwikkelingen. Hierbij zijn hinderaspecten zoals geluid, fijn stof, visuele hinder, barrièrewerking, sluipverkeer,… te beperken. 

Infrastructuur
In het voorbereidend mobiliteitsonderzoek voorafgaand aan de formele startbeslissing van de Vlaamse Regering zijn verscheidene verkeerskundige haalbare oplossingen voor de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost in kaart gebracht, en dit zowel voor een scenario waarbij de ringweg R8 tussen deze twee complexen gesloten wordt en een scenario zonder het sluiten van de ringweg R8. In het verkennend mobiliteitsonderzoek werd nog geen keuze gemaakt tussen de mogelijke oplossingen. 
Daarnaast kunnen in het verdere proces vanuit participatie ook nog nieuwe verkeerskundige oplossingen opduiken en worden in de startnota van het geïntegreerd planproces K-R8 ook andere uitgangspunten geformuleerd dan deze gebruikt in het voorbereidend mobiliteitsonderzoek (zoals een bijkomende inzet op alternatieve vervoersmiddelen), wat ook zal leiden tot andere of bijkomende oplossingen. 

Alle verkeerskundig haalbare oplossingen worden meegenomen in het verdere onderzoek en zullen nog nader worden onderzocht. Vanuit het verdere mobiliteits-, ruimtelijk en milieuonderzoek en vanuit participatie zal meer duidelijkheid worden verschaft op vlak van leefbaarheid, geluidsimpact, ruimtelijk programma, etc. en zal blijken of er een bijkomend onderscheid kan worden gemaakt tussen de verkeerskundige hoofdscenario’s en de onderliggende alternatieven. 

In het verdere onderzoek zal tevens bepaald worden wat maximaal ontworpen kan worden op vlak van infrastructuur. Voor het bepalen van de draagkracht en capaciteitsgrens van de infrastructuur worden in de startnota van het geïntegreerd planproces K-R8 nog aandachtspunten geformuleerd die de alternatieven op vlak van de bovenlokale weginfrastructuur richting en vorm geven (zoals bv. het maximaal gebruik maken van de bestaande wegenis en het maximaal vrijwaren van de bestaande bebouwing en groengebieden). In het verdere onderzoek zal ook nagedacht worden in welke mate er filevorming getolereerd wordt. 

Modal shift
Vanuit het voorbereidend mobiliteits- en ruimtelijk onderzoek wordt de noodzaak aangetoond tot een bijkomende inzet op alternatieve mobiliteitsoplossingen (modal shift). In de startnota K-R8 zijn dan ook uitgebreide doelstellingen geformuleerd met betrekking tot het verbeteren van de doorstroming van het openbaar vervoer, het aanmoedigen van diverse vormen van gedeelde mobiliteit, het realiseren van veilige fietsverbindingen, het ontwikkelen van multimodale knooppunten, etc. in de omgeving van de verkeerscomplexen Kortrijk-Zuid en Kortrijk-Oost. Het inzetten op andere vervoersmodi moet niet alleen bijdragen tot de verkeerskundige oplossing, maar ook tot het verhogen van de leefbaarheid van de omgeving. 

Ruimtelijke ontwikkelingen
In het planproces K-R8 zal nagedacht worden over het (deels) heroriënteren en/of (deels) beperken van de (stedelijke) ontwikkelingen en ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in de omgeving van beide verkeerscomplexen. Zo zal de verkeersinfrastructuur bepalen wat mogelijk is op vlak van ruimtelijke ontwikkelingen. Maar ook evenzeer vanuit het ruimtelijk onderzoek en de ruimtelijke behoeften in het stedelijk gebied, het locatieonderzoek voor grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, principes als duurzaam ruimtegebruik en kwalitatief ruimtelijk rendement, het onderzoek naar milieueffecten (plan-MER), participatie, etc. zal de draagkracht van de omgeving worden bepaald. 

Planprocedure